Alida Pott (1888-1931) behoor de als enige vrouw tot de kopgroep van kunstkring De Ploeg, die in de jaren twintig in Groningen voor een revolutie in de kunst zorgde. Binnen De Ploeg was zij enkele jaren zeer actief en had het lot anders beslist, dan was zij zelfs voorzitter geworden. Haar werk sprong eruit tijdens de exposities vanwege het opvallend heldere kleurgebruik. Door haar vroege dood verdween het echter lange tijd uit de aandacht, bij overzichtstentoonstellingen van De Ploeg was vaak niets van haar te zien.
Alida Pott groeide op in een welvarend gezin in Groningen. Zij volgde een opleiding tot tekenlerares en werkte op de Kweekschool voor Onderwijzeressen. Door haar contacten met de kunstenaars van De Ploeg ontwikkelde zij in korte tijd een geheel eigen stijl, die vooruitliep op het expressionisme dat naderhand binnen de kunstkring de overhand zou krijgen. In dit rijk geïllustreerde werk is deze ontwikkeling duidelijk te volgen. Haar meest karakteristieke werk wordt gevormd door de uitzonderlijke landschappen en portretten, waarvan er vele zijn afgebeeld.
In 1922 trouwde Alida met George Martens, een collega-schilder en een levensgenieter waarmee zij heel gelukkig was. Helaas betekende het huwelijk wel dat zij weinig meer schilderde, een ontwikkeling waarover zij zelf niet getreurd lijkt te hebben. Dankzij brieven, notulen van de kunstkring en getuigenissen van tijdgenoten wordt in deze publicatie een levendig beeld geschetst van de onafhankelijke geest en eigenzinnige opvattingen van Alida Pott. In de afgelopen jaren is de aandacht voor deze originele kunstenaar sterk gegroeid en was haar werk op tal van exposities te zien. Dit maakte een geactualiseerde herdruk van dit pionierswerk uit 2018 noodzakelijk.
Aangeraakt door een nieuw licht