In 1959 werd in een bosje tussen Norg en Westerveld de laatste, bewoonde dassenburcht van Drenthe vastgesteld. Pas 45 jaar later keerde de das langzaam terug in de streek die tegenwoordig de Kop van Drenthe wordt genoemd.
In Dassenwerk heeft Aaldrik Pot zijn ontdekkingsreis in de Drentse dassenwereld opgetekend. Daarnaast beschrijft het de periode van twintig jaar waarin in het noordwesten van de provincie een kleine werkgroep ontstaat als rayon van de provinciale dassenwerkgroep. De groei van de werkgroep loopt gelijk op met die van het aantal dassen en burchten.
Onder het bezielende enthousiasme van Pauline Arends, die al meer dan dertig jaar de dassen in Midden-Drenthe volgt, kammen ze de streek uit op zoek naar nieuwe burchten. Later sluiten steeds meer liefhebbers aan die dassen tellen en observeren, burchten beschermen, verkeersslachtoffers van de weg halen, voorlichting geven en over dassen vertellen op scholen. Een ding hebben deze dassenwerkers gemeen, ze zijn mateloos gefascineerd door het geheimzinnige zwart-witte nachtwezen.
Dassenwerk vertelt ook de verhalen van een aantal Drentse dassenfamilies. Deze zijn vervlochten met de bewondering voor het pionierswerk van de Engelse illustrator en dassenliefhebber Eileen Soper, in Nederland vooral bekend van de jeugdboekenserie De Vijf. Tot slot gaat het boek dieper in op de verzamelde onderzoeksgegevens en de sporen die dassen achterlaten, oftewel het échte dassenwerk.
Aaldrik Pot (Hoogezand-Sappemeer, 1973) tekende de verhalen op van de dassen en hun volgers. Pot werkt als boswachter voor Staatsbosbeheer, is coördinator van de dassenwerkgroep in de Kop van Drenthe en publiceerde meerdere boeken waaronder De onsterfelijke nachtegalen, Terug naar Rottumerplaat en Het Prentenboek.
De levendige illustraties in Dassenwerk zijn gemaakt door Sonja van der Wijk (Groningen, 1981). Van der Wijk is illustrator en ontwerper van haakpatronen voor dierfiguren. Ook is ze actief in het onderzoekswerk naar dassen, bevers, otters, roofvogels en uilen in Drenthe en Friesland.
Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt dankzij ondersteuning door het Cultuurfonds.
Dassenwerk